asielhond

Asielhond met vluchtgevaar veilig uitlaten

Asielhond met vluchtgevaar veilig uitlaten: waarom hij vlucht, hoe je tuig en halsband combineert en wat je doet als hij toch loskomt.

DoggoPlan-coaches7 min lezen

Onderdeel van Bange asielhond helpen: vertrouwen opbouwen, stap voor stap

Slanke asielhond met tuig en halsband loopt rustig aan een korte lijn naast zijn baasje op een stille straat bij zonsopgang

Je doet de deur open om even snel de vuilnis buiten te zetten, en je hart slaat over: waar is je hond? Of je staat buiten, er valt iets, een fiets scheert voorbij, en in een fractie van een seconde is hij los en weg. Bij een net aangekomen asielhond is dat geen ver-van-je-bed scenario, en precies daarom draait deze gids om een ding: een asielhond met vluchtgevaar veilig uitlaten, zonder elke wandeling met een kloppend hart te doen.

Eerst dit. Je hond probeert niet weg te lopen van jou. Hij kent jou, je huis en je band nog niet als iets veiligs, en zijn enige ingebouwde reactie op schrik is: wegkomen, het liefst zo ver mogelijk. Dat is geen ondankbaarheid en geen bewijs dat de adoptie mislukt. Het is een hond die het gevoel van veiligheid nog moet leren. Het korte antwoord: combineer altijd een tuig met een halsband, allebei aan een eigen lijn, houd wandelingen kort en voorspelbaar, beveilig je huis en tuin, en zorg dat hij te identificeren is als het toch misgaat.

Waarom een asielhond zo'n vluchtgevaar is

De meeste honden die uit het buitenland komen, of die maanden in een asiel doorbrachten, hebben nog geen enkele reden om te geloven dat jouw huis hun veilige plek is. Voor hen is dat nog gewoon een nieuwe, onbekende omgeving. Schrikt hij van een hard geluid, een vreemde, of een plotselinge beweging, dan schiet zijn systeem in overlevingsstand. En overleven betekent voor een hond die nog geen band met je heeft: rennen, het liefst terug naar iets bekends, ook al was dat bekende een asiel vol kooien of een straat vol gevaar.

Sommige rassen en types maken het extra lastig. Een galgo of podenco heeft van nature een smalle, slanke kop en kan zich verrassend makkelijk uit een gewone halsband wringen. Bij een hond wiens verleden je niet goed kent, weet je bovendien niet precies wat hem doet schrikken, waardoor je het risico eerder onderschat dan overschat. Vandaar dat vluchtgevaar bij een buitenlandse asielhond zo vaak apart genoemd wordt in de eerste weken.

Belangrijk om te onthouden: dit gaat over, meestal binnen enkele maanden. Naarmate je hond leert dat jij en je huis voorspelbaar en veilig zijn, wordt de neiging om te vluchten steeds kleiner. Tot die tijd bouw je zelf de beveiliging in die hij nog niet vanzelf voelt.

Asielhond met vluchtgevaar veilig uitlaten: het stappenplan

Je hoeft niet ingewikkeld te doen, wel consequent. Vijf gewoontes maken het verschil tussen een hond die kan wegschieten en een hond die, ook als hij schrikt, gewoon bij je blijft.

  1. Combineer tuig en halsband, allebei aan de lijn. Doe je hond zowel een tuig als een halsband om, en maak aan allebei een leiband vast. Een halsband alleen is te riskant: bij schrik kan een hond zijn kop erdoorheen wringen, soms sneller dan je voor mogelijk houdt. Met twee bevestigingspunten heb je een vangnet: faalt het ene, dan houdt het andere hem alsnog vast. Sommige baasjes bevestigen de tweede leiband aan een heupriem om zichzelf, zodat een plotselinge ruk hen niet uit balans trekt.

  2. Kies bij twijfel een anti-ontsnappingstuig. Een gewoon tuig zit los genoeg dat een schrikkende hond zich er soms toch uit kan werken. Een anti-ontsnappingstuig, ook wel veiligheidstuig of driepuntstuig genoemd, heeft een extra band achter de laatste ribben die dat onmogelijk maakt, ook als hij achterwaarts trekt. Twijfel je over de bouw of het schrikgedrag van je hond, kies dan voor deze extra beveiliging in plaats van achteraf spijt te hebben.

  3. Houd wandelingen kort en op dezelfde rustige route. Loop de eerste weken korte, voorspelbare rondjes, het liefst steeds dezelfde route, op momenten dat het buiten rustig is. Tien minuten is vaak al genoeg. Hoe minder onverwachte prikkels, hoe kleiner de kans dat hij schrikt en in paniek aan de lijn trekt. Bouw de lengte en drukte van je wandelingen pas op zodra hij merkbaar ontspannener buiten is, net als bij de eerste weken met je asielhond.

  4. Beveilig deuren, hek en tuin. Houd je hond aangelijnd of achter een hekje als de voordeur opengaat, en spreek met iedereen in huis af dat de deur nooit zomaar openblijft staan. Loop je tuin na: is het hek hoog genoeg, buigt het bovenaan naar binnen, en staan er geen vuilnisbakken of tuinmeubels tegen de schutting die als opstapje dienen? Een hond die eenmaal buiten is via de tuin, is net zo goed weg als een hond die via de voordeur ontsnapt.

  5. Zorg dat hij te identificeren is. Laat de chip van je hond op jouw naam registreren zodra hij bij je is, en bevestig een penning met je telefoonnummer aan zowel de halsband als het tuig. Dat kost tien minuten en is precies het verschil tussen een hond die binnen een uur weer bij je is en een hond die dagenlang zoek blijft.

Als het toch misgaat

Ook met alle voorzorg gaat het weleens mis, en dat betekent niet dat je iets fout hebt gedaan. Schiet je hond los, ga dan niet achter hem aan rennen of hard roepen. Voor een bange hond voelt dat als een achtervolging, en dat maakt hem juist sneller en verder weg. Ga in plaats daarvan rustig zitten of hurken, roep hem eventueel zacht en blijf, of laat iemand blijven, op de plek waar hij wegschoot. De meeste honden keren daar binnen een paar uur vanzelf naar terug.

Meld het meteen bij het asiel of de organisatie waar hij vandaan komt, bij een dierenambulance in de buurt en via een vermist-huisdierendatabank. Hang flyers op in een straal van een paar kilometer, met een duidelijke foto, je telefoonnummer en de melding of hij wel of niet te benaderen is. Deel het ook op social media in lokale groepen. De meeste asielhonden vinden hun weg terug, zeker als jij, of de plek waar hij wegkwam, herkenbaar en aanwezig blijft.

Hoelang blijft dit nodig

Reken op minstens de eerste twee tot drie maanden extra waakzaamheid, en langer als je hond extra schrikachtig is of nog nauwelijks band met je heeft opgebouwd. Naarmate hij went, zul je merken dat hij bij een hard geluid nog wel schrikt, maar zich daarna sneller weer naar jou keert in plaats van weg te schieten. Dat is het signaal dat de dubbele beveiliging langzaam mag afbouwen, niet een vaste datum op de kalender. Twijfel je, houd de extra laag dan liever nog wat langer aan dan te vroeg te vertrouwen op alleen een halsband.

Wil je breder werken aan het vertrouwen van je asielhond, zodat schrikken uiteindelijk ook minder vaak gebeurt? Lees dan de pillar over een bange asielhond helpen. Kwam je hond uit Spanje, dan is het risico op wringen uit een tuig bij een galgo of podenco extra reeel, lees daarover verder in hond uit Spanje bang. En moet je hond vannacht voor het eerst slapen, kijk dan bij de eerste nacht met je buitenlandse asielhond.

Je hoeft dit niet feilloos te doen, je hoeft het gewoon consequent te doen. Wil je een plan dat precies bij jouw hond, zijn achtergrond en jullie dagelijkse routine past? Doe de gratis quiz en je krijgt een aanpak op maat.

Dit is trainingsadvies, geen diergeneeskundig of medisch advies. Is de angst heftig of komt die plotseling, of is er sprake van grommen, happen of bijtrisico? Schakel dan je dierenarts of een gekwalificeerde, dwangvrije gedragsdeskundige in.

Veelgestelde vragen

Waarom is mijn asielhond zo'n vluchtgevaar?
Een net aangekomen asielhond kent jouw huis en jullie band nog niet. Schrikt hij, dan is zijn enige ingebouwde plan wegkomen, het liefst terug naar iets bekends, ook al was dat het asiel of de straat. Dat is geen ondankbaarheid en geen straf voor jou. Het is een hond die nog niet weet dat hij bij jou veilig is, en dat leert hij pas met tijd en een hoop voorspelbare, rustige herhaling.
Is een halsband met leiband niet genoeg?
Bij een net aangekomen asielhond niet. Een hond kan zich bij schrik in een fractie van een seconde uit een halsband wringen, zeker een hond met een smalle kop zoals een galgo of podenco. Combineer daarom altijd een tuig met een halsband, beide met een eigen leiband, zodat er een tweede vangnet is als het eerste faalt.
Wanneer heb ik echt een anti-ontsnappingstuig nodig?
Bij ieder nieuw asielhond in de eerste maanden is het verstandig, maar zeker bij honden die schrikachtig, onbekend qua verleden, of van een bouw zijn die makkelijk uit een gewoon tuig glipt. Een anti-ontsnappingstuig heeft een extra band achter de laatste ribben, zodat de hond er ook achterwaarts niet uit kan wringen. Combineer het altijd nog met een halsband als extra beveiliging.
Mijn asielhond is toch ontsnapt, wat doe ik nu meteen?
Blijf zelf, of laat iemand blijven, rustig op de plek waar hij wegschoot. De meeste honden keren binnen een paar uur daar vanzelf terug. Meld het meteen bij het asiel of de organisatie waar hij vandaan komt, bij een dierenambulance in de buurt en via een vermist-huisdierendatabank. Ga niet achter hem aanrennen of hem hard roepen, dat jaagt een bange hond juist verder weg.
Hoelang moet ik extra voorzichtig blijven met vluchtgevaar?
Reken op minstens de eerste twee tot drie maanden, soms langer bij een hond die extra schrikachtig is of nog nauwelijks band met je heeft. Bouw de dubbele beveiliging pas af als je hond ook in onverwachte, spannende momenten, zoals een vallend voorwerp of een plotselinge fietser, gewoon bij je blijft. Twijfel je, houd de extra beveiliging dan liever nog even aan.